zaterdag 14 mei 2011

Ineens verdween een heel ministerie... (VROM)

DOUWE DOUWES EN RON MEERHOF − 14/05/11 De Volkskrant

Links was jarenlang te dominant bij de inrichting van Nederland, vindt rechts. Bij de kabinetsformatie werd daar met een pennenstreek een einde aan gemaakt.

Op het oude ministerie van Volksgezondheid, Ruimtelijke Ontwikkeling en Milieu, kortweg VROM, hadden ze afgelopen zomer wel fiducie in de formatie en de reductie van het aantal ministeries. Misschien ging een fusie met Verkeer en Waterstaat wel leiden tot het langverwachte superministerie: het ministerie van Ruimte!

Toen het stof optrok, sloeg blijde verwachting om in schrik en afgrijzen. Niet alleen was er geen apart ministerie van Ruimte gekomen, de hele term was zoek. VROM en Ruimte waren dood, leve het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Nog maar een paar jaar terug was de presentatie van een Nota Ruimtelijke Ontwikkeling in de parlementaire cyclus een hoogtepunt vergelijkbaar met de Miljoenennota. Tijdens debatten stonden Kamerleden urenlang gebogen over kaarten met kleurtjes en vlaggetjes: dit stuk natuur een paar honderd meter daarheen, deze woonwijk een kilometer de andere kant op.

In het regeerakkoord tussen PVV, CDA en VVD was het hele onderwerp nog slechts één zin waard. Vrij vertaald luidt die: we houden ermee op.

Kort voor Pasen voegde de regering de daad bij het woord. In het Bestuursakkoord tussen kabinet, provincies en gemeenten is het ruimtelijk beleid officieel overgedragen aan de provincies. In het oude VROM-gebouw schijnen nog ambtenaren rond te dolen die elkaar verdwaasd vragen: wat is er gebeurd?

'Deze formatie is uitgelopen op een wangedrocht, dát is er gebeurd', foetert VVD'er Ed Nijpels, in de jaren tachtig minister van VROM. Zijn oud-collega's zijn nauwelijks minder kritisch. PvdA'er Hans Alders spreekt van 'een denkfout'. VVD'er Pieter Winsemius is nog het mildst over de ontwikkelingen: 'verrassend en zonde'.

Linkse hobby
Dat er een reshuffle van ministeries aan zat te komen was al langer duidelijk. Bij eerdere formaties was Landbouw al meermalen bijna het haasje. Dat het nu dan echt zo ver was, verbaasde niemand. Ook de projectministeries Jeugd en Gezin en Wonen, Wijken en Integratie legden het loodje. 'Zó'n linkse hobby', schuddebuikt een betrokkene. 'Die gingen er natuurlijk als eerste aan.'

Bij VROM zagen ze de klap niet aankomen. Al ruim een jaar waren besprekingen gaande met Verkeer en Waterstaat, op het hoogste ambtelijke niveau. Maar dat proces leek af te koersen op een fusie. Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zouden heel goed passen bij Infrastructuur. Planvorming en uitvoering zouden dan veel meer in een hand komen. Daar kon iedereen mee leven.

De echte beslissing echter was aan de politiek. In dit geval: Mark Rutte, Maxime Verhagen en Geert Wilders. En die hielden de formatieonderhandelingen tussen VVD, CDA en PVV potdicht. Zelfs de secretarissen-generaal, de hoogste ambtenaren op de betrokken ministeries, moesten gissen. Ze zaten vooral druk te mailen met mensen-die-mensen-kennen. 'Tot op het laatste moment hoorden we: het komt goed', zegt een van de betrokkenen.

En toen was VROM opeens opgebroken, zat Volkshuisvesting bij Binnenlandse Zaken en was het directoraat Ruimte een ondergeschoven kindje bij Infrastructuur en Milieu. Besluitvorming in Den Haag is vaak stroperig, maar één ding is heel makkelijk: een ministerie opheffen en een nieuw uit de grond stampen.

'Met één Koninklijk Besluit ben je klaar', zegt politicoloog Jouke de Vries. 'Er hoeft niets aan de Tweede Kamer te worden voorgelegd.' Dat het kan is één, dat het ook gebeurde is een tweede. 'Dertig jaar verandert er niets en dan verdwijnen er in één klap twee ministeries', zegt De Vries. 'Opzienbarend, lijkt me.'

Weinig tot geen aandacht
Toch kregen het hoe en waarom van de herschikking weinig tot geen aandacht. Onterecht, zegt Willem Buunk, lector en planoloog aan de Hogeschool Windesheim. 'Niet alleen is het belang van de portefeuille Ruimte gedegradeerd, ook de portefeuille Volkshuisvesting is ervan losgeknipt.'

Het belang van die move is helemaal gemist, vindt Buunk. 'Dit is niets minder dan de eerste serieuze poging van rechts in meer dan veertig jaar om de hegemonie van sociaal-democraten op het gebied van ruimte en bouwen te doorbreken.'

Buunks redenering is dat juist de combinatie van volkshuisvesting met ruimtelijke ordening van het beleid een 'puur linkse hobby' heeft gemaakt. In die kongsi konden wethouders van grote steden een onevenredig groot stempel op het beleid drukken. Dat zijn bijna altijd PvdA'ers. Ze doen voortdurend zaken met woningbouwcorporaties. Ook daar zijn de directeuren en toezichthouders vooral van de PvdA. Daartussendoor lopen nog de planologen. Buunk: 'Óók allemaal rood. En samen domineren die dan bijna automatisch het ruimtelijk beleid.'

'Dit kabinet wilde daarvan af', zegt Buunk. 'Ik weet niet zeker of het een bewuste strategie was. Maar in ieder geval zagen ze er geen been in om die twee uit elkaar te trekken, toen zich daarvoor een reden aandiende.'

CDA-coryfee
Die reden, zeggen ingewijden, was Piet Hein Donner. De CDA-coryfee had de slag om het prestigieuze ministerie van Veiligheid verloren van de liberaal Opstelten. Hij moest zich tevreden stellen met Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Daar raakte hij ook de politie nog kwijt. Al in de campagne was beloofd dat die portefeuille naar veiligheid zou gaan. Wat voor Donner overbleef was heel karig. Volkshuisvesting zou hem nog íets om handen geven.

'En zo waren we weer terug bij 1904, toen Volkshuisvesting voor het laatst bij BZK zat', zegt VVD'er Ed Nijpels. Hij noemt het 'onbegrijpelijk' dat 'Ruimte' in de naamgeving is weggevallen. Nijpels ziet de oorzaak vooral in de beeldvorming rond VROM: links, drammerig, een ministerie dat zich specialiseerde in hindermacht. Politicoloog De Vries beaamt de slechte reputatie. 'Heel VROM had die uitstraling. Ze werden gezien als de boosdoener achter veel stremmingen bij grote projecten.'

De eerste schoppen tegen VROM werden uitgedeeld door de LPF, in het eerste kabinet Balkenende in 2002. 'Die vastgoedjongens waren vastbesloten dat hinderministerie een kopje kleiner te maken', zegt De Vries. In die tijd viel Milieu ook voor het eerst niet meer onder een minister, maar onder een staatssecretaris, CDA'er Pieter van Geel.

Pas bij de vorming van Balkenende IV gloorde er weer licht voor het departement. Met zijn 'ongemakkelijke waarheid' over de teloorgang van de aarde had Al Gore het milieu met een klap op de kaart gezet. De PvdA leverde liefst twee ministers, Jacqueline Cramer op VROM en Ella Vogelaar op WWI, de ChristenUnie profileerde zich als een verrassend groene partij en het CDA, flexibel als altijd, herontdekte gemakshalve de eigen traditie van duurzaamheid en rentmeesterschap.

Groen licht voor het Milieu dus, en voor VROM! Maar Cramer en Vogelaar bleken de zwakste ministers in een toch al zwak kabinet, en het uitbreken van de financiële crisis deed de rest. Weg was het geld en weg was het momentum.

Liberale tradities
Er broeide al die tijd nog iets in rechtse hoek: groeiende weerzin tegen het planningsdenken dat zo onlosmakelijk met ruimtelijke ordening en volkshuisvesting verbonden was geraakt.

Planoloog Buunk, zelf liberaal en vice-voorzitter van de VVD in Utrecht: 'Neem de woningbouwcorporaties. Die kwamen oorspronkelijk ook voort uit liberale tradities; industriëlen die huizen neerzetten voor werknemers, rijke particulieren die zich over armen ontfermden. Maar sinds de woningwet van 1901 werd huisvesting steeds meer een zaak van de overheid.'

'Na de oorlog kregen we de Rijksplanologische Dienst. Die was op Duitse leest geschoeid, al hoor je dat nooit meer. De gedachte was om elk stukje Nederland vanuit de overheid te organiseren.'

Hoogtepunten in die ontwikkeling vormden de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening uit 1988 en, daaropvolgend, de nog gedetailleerde invulling daarvan in de 'Vinex', de 'Vierde Nota Extra' uit 1991. 'Die was zó ver uitgewerkt', zegt Buunk. 'Met al die kleurtjes enzo. De Tweede Kamer was er in detail mee bezig.' Al met al een prachtig voorbeeld van doorgeschoten planningsdrift.'

Nijpels, verantwoordelijk voor het opstellen van die Vierde Nota, riposteert: 'Projecten als de Kop van Zuid in Rotterdam en de vernieuwing van de Haagse binnenstad waren er niet geweest zonder die nota.'

Hij werd opgevolgd door PvdA'er Hans Alders. Ook die werpt de verwijten ver van zich. 'We zaten toen wél met een enorme vraag naar woningen. Het was de tijd van de omslag van een systeem dat totaal gesubsidieerd was door de overheid naar een systeem van marktdenken. Maar de bouw stokte, de boel zat op slot. Dus toen zijn we plannen en afspraken gaan maken.'

Dat mondde dus uit in de 'Vinex', met vinexwijken als belangrijkste gevolg. 'Dat was géén ideologie', zegt Alders. 'In een dichtbevolkt land als Nederland moet je gewoon tamelijk vergaand ordenen. Ondenkbaar dat het kabinet die gedachte loslaat. Zo ja, dan is dat een denkfout.'

Het laatste decennium nam de nadruk op centralistische planning af. Na Nijpels zwaaide op VROM meermalen een liberale minister de scepter; Pieter Winsemius, Sybilla Dekker en Henk Kamp. Die verlegden wel de focus naar wat meer rechtse thema's. De economie ging een zwaardere rol spelen in het denken. 'Maar fundamenteel, in de structuur, veranderden ze niets', zegt Buunk. 'Dat gebeurt nu pas.'

In het Bestuursakkoord is nu geregeld dat de regie over Ruimtelijke Ordening naar de provincies verschuift. Is dat logisch?

Nee, zeggen de meeste planologen. De trend is niet een kleinere, maar een grótere schaal. Niet terug naar de provincie, maar juist de grenzen over. 'Misschien is de tijd van nationaal ruimtelijk beleid wel voorbij', schreef hoofdredacteur Jaap Modder van het vakblad S+RO onlangs nog. 'Wie nadenkt over de toekomst van het goederenvervoer over spoor of water of de productie en distributie van energie kan onmogelijk ophouden bij Roosendaal of Winterswijk. Die agenda ligt in de Eurodelta, met de Randstad, Brussel en het Ruhrgebied als hoekpunten.'

'Wat is het grote plan?', vraagt ook Noud Köper zich af. Hij schreef het boek Woekeren met Ruimteen kwam tot inzichten die haaks staan op de koers van het kabinet. 'De provincies moeten toezicht gaan houden, maar dat is een zwakke bestuurslaag die ook nog eens minder geld krijgt. Dat gaat dus ten koste van dat toezicht.'

Het gevolg, voorspelt Köper: gemeentes plannen woonwijkjes en bedrijventerreinen, terwijl daar nauwelijks vraag naar is. 'De neiging is sterk om maar weer een weilandje te asfalteren en een kantorenpand te bouwen. Je moet huizen bouwen waar dat het meest zinvol is, en dat niet uitsmeren over het hele land.'

Het is juist wél logisch om de provincies de regie te geven, zegt de Brabantse CDA-gedeputeerde Ruud van Heugten. 'Ik ben ervoor dat iedere gemeente zijn besluit over zijn eigen bedrijventerrein en natuurgebied. Als ze dat fout doen, zitten ze zelf op de blaren. Dus die denken heus wel goed na. '

Logisch of niet, het is maar de vraag of dergelijke overwegingen de doorslag hebben gegeven. De politieke werkelijkheid is soms een stuk platter.

In de verkiezingscampagne van 2010 zaten de provincies bij alle partijen in het verdomhoekje. Op wélke formatie het ook zou uitdraaien, de verwachting was dat daar de klappen gingen vallen.

Maar toen CDA-leider Maxime Verhagen midden in de zomer de onderhandelingen met de PVV opende, stak in zijn partij een storm van protest op. Verhagens positie kwam zelfs onder druk te staan. En plotseling was daar toen een hartverwarmende solidariteitsbetuiging van provinciale partijbonzen, onder wie veel CDA-gedeputeerden.

'Door de slechte verkiezingsuitslag en de verwarring in het CDA hadden de CDA-gedeputeerden grote invloed', zegt Nijpels. 'Maxime had hun steun nodig bij alle gedoe in de partij. Daar wilden ze natuurlijk wel wat voor terug. Nou, alle zaken over de provincies zijn geschrapt. Per saldo kregen ze er taken bíj. Oók Ruimte. Onbegrijpelijk.'

Met dank aan Samuel Sarphati
Ruimtelijke ordening in Nederland wordt vooral geassocieerd met de nota's een tot en met vijf en termen als groeikernen, Vinex-locaties en stedelijke knooppunten. Maar een belangrijk fundament voor dit denken werd anderhalve eeuw terug al gelegd door een Amsterdammer van Portugese-Jood afkomst: Samuel Sarphati (1813 - 1866). In het vakblad S+RO noemen wetenschappers hem de grondlegger van de ruimtelijke ordening.

Sarphati was een intellectuele krachtpatser die visie paarde aan praktisch vernuft. Van huis uit arts met bijzondere belangstelling en talenten voor chemie, zette hij zich in de loop van zijn leven op alle mogelijke manieren in om het lot van gewone Amsterdammers te verbeteren.

Hij was grondlegger van organisaties die zich richtten op afvalinzameling, landbouw, landontginning, broodproductie, handel en nog zo wat. Dat rond 1870 de gemiddelde levensverwachting van Amsterdammers begon te stijgen, wordt vaak voor een belangrijk deel aan zijn inspanningen toegeschreven.

In het snel groeiende Amsterdam van halverwege de negentiende eeuw zag hij als een van de eersten nut en noodzaak van langjarige planning in. Op de plek waar nu De Nederlandsche Bank staat, liet hij het Paleis voor Volksvlijt bouwen. Toen het in 1864 werd opgeleverd, stond het nog wat ontheemd aan de rand van de stad. Maar het initiatief bleek het startschot voor de eerste grote uitbreiding van Amsterdam sinds de zeventiende eeuw - precies zoals Sarphati had voorzien.

Het paleis zelf brandde overigens in 1929 af. Bijna twintig jaar na Sarphati's dood werd begonnen aan een door hem ontworpen park in de Amsterdamse Pijp dat zijn naam draagt.

De beroemdste nota's ruimtelijke ordening
Vijf nota's Ruimtelijke Ordening zijn er geweest, plus een halve: de 'Vierde Nota Extra' ofwel Vinex.

Met de eerste twee, in 1960 en 1966, probeerde de overheid meer grip te krijgen op de snelle verstedelijking. Enkele middelgrote plaatsen (waaronder Hoorn en Purmerend) werden aangewezen als 'groeikernen' om de overloop uit de grote steden op te vangen. Plattelandskernen mochten met maximaal een procent per jaar groeien. Zo werden grote steden ontlast en konden mensen toch in laagbouw in het groen wonen zonder dat het landelijk gebied er aan ging.

Dat lukte maar deels. De Derde nota uit 1976 stuurde nadrukkelijker op ontwikkeling van een twintigtal groeikernen, zoals Almere, Zoetermeer, Nieuwegein en Spijkenisse. Tot 1990 werd daar een kwart miljoen woningen gebouwd. Inmiddels bleken ook de nadelen: gezinnen en hogere inkomens vertrokken naar deze plaatsen, en verlieten de grote steden.

De Vierde Nota (1988) legde meer nadruk op de herontwikkeling van de steden en had een sterke economische component: Nederland distributieland moest 'mainports' als de Rotterdamse haven en Schiphol versterken. In de extra Vinex-nota uit 1992 werden gebieden aan de randen van steden aangewezen als nieuwbouwlocaties.

De Vijfde Nota uit 2001 was de laatste poging van het Rijk om de woningbouw te controleren en trachtte ook de 'verrommeling' door ongebreidelde aanleg van bedrijventerreinen aan banden te leggen. Deze Vijfde Nota, met 'Rode contouren' rond dorpen en steden en 'Groene Contouren' rond natuurgebieden, is nooit definitief geworden. Hij werd in 2004 opgevolgd door de Nota Ruimte van toenmalige minister Sybilla Dekker van de VVD. Die bevatte een eerste overheveling van verantwoordelijkheden naar de lagere overheden.

donderdag 14 april 2011

Bibliotheek schoolvoorbeeld integraal ontwerpen

SPIJKENISSE - Met een pakket slimme, technische maatregelen krijgt de nieuwe openbare bibliotheek van Spijkenisse een energie-efficiënte klimaatbeheersing. Veel zal de boekenliefhebber er niet van merken; alle techniek wordt zorgvuldig weggewerkt. “Een schoolvoorbeeld van integraal ontwerpen”, zegt Peter Loggere hoofd Adviesgroep binnenmilieu & energie van Arcadis.
De binnenruimte van de bibliotheek is inmiddels goed zichtbaar. Het ontwerp van MVRDV voorziet in gestapelde betonnen vloervelden die naar boven toe steeds kleiner worden en veel weg hebben van een piramide. Over het houten skelet wordt de komende maanden een glazen stolp gezet. Deze transparante gevelschil vereist een klimaatgecontroleerde binnenruimte.

Het gebouw wordt gerealiseerd door VORM Bouw.

Het technisch ontwerp van Arcadis dateert al van 2003 en is in de loop der tijd niet aangepast. Met een epc-score van 0,7 voldoet het gebouw ruimschoots aan de eisen voor energieprestaties. “Dit energieconcept is nog altijd state of the art. Zo’n glazen schil stelt specifieke eisen aan de klimaatbeheersing. Door slimme, geïntegreerde, duurzame maatregelen realiseren we een kwalitatief goed binnenklimaat en minimaal energieverbruik. We maken zo veel mogelijk gebruik van natuurlijke bronnen”, licht Loggere toe.

Het gebouw wordt zoveel mogelijk op natuurlijke wijze geventileerd. “We hebben gekeken hoe we de glazen kap optimaal kunnen gebruiken. Zomers vangt het dubbele glas de eerste warmte op. Aan de binnenzijde komt zonwering, overtollige warmte wordt via natuurlijke trek, geholpen door winddruk, naar boven afgevoerd. Een weerstation in de nok van het gebouw stuurt automatisch de zonwering, de raamopeningen en de klimaatinstallatie aan.”

Warmte-koude opslag

De bibliotheek heeft ook vloerverwarming/koeling met geconditioneerde toevoer van ventilatielucht (verdringingsventilatie). Op 125 meter diepte bevindt zich een warmte-koude opslagsysteem.

Koeling van lucht gebeurt onder andere door indirect adiabatische koeling, koeling door verneveling van water. De afgekoelde retourlucht neemt vervolgens in de warmtewisselaar overtollige warmte op uit de verse toevoerlucht.

Bijextreem hoge temperaturen vindt additionele koeling van de toevoerlucht plaats met een koelbatterij die wordt gevoed met in de bodem opgeslagen koude. In een ondergronds reservoir wordt regenwater opgevangen dat na filtering ook wordt gebruikt voor spoeling, schoonmaakwerkzaamheden en besproeien. Het permanent werkende ventilatiesysteem van de garage is voorzien van drycoolers, water/lucht warmtewisselaars waarin koudere omgevingslucht, voortgestuwd door ventilatoren, water koelt.

PCM
Destijds koos Arcadis al voor vernieuwende technieken. Zo komen in de plafonds van de binnenruimten, waaronder de kantoren op de begane grond, fase omzettingsmaterialen, (phase changing materials, pcm’s). “Met deze techniek verhogen we de effectieve thermische massa van het gebouw en verplaatsen we een deel van de koeling naar de nacht.”

Het hele pakket aan technische voorzieningen doet geen afbreuk aan de architectuur. Alle techniek – zoals roosters en kanaalwerk – is onzichtbaar in het gebouw weggewerkt. De luchtbehandelingsinstallatie is verborgen in de twee-laagse ondergrondse parkeergarage. Loggere: “Dit is een schoolvoorbeeld van integraal ontwerpen. Met minimale meerkosten, binnen de marge van de aanbesteding, hebben we een uiterst energie-efficiënt klimaatsysteem gerealiseerd.”

Publicatie datum: 12-04-2011 17:35 Milieu

woensdag 13 april 2011

Start nieuwe winkel ongelimiteerd

7 april 2011, 1:00 uur | Het Financieele Dagblad

Door: Haverkate, I.
Bescherming bestaande ondernemingen na uitspraak EU-hof definitief van de baan

Iskander Haverkate

Nog steeds wordt bij het verlenen van vergunningen voor de vestiging van (grote) winkels geëist dat wordt onderzocht wat de effecten zijn van de komst van nieuwe detailhandel op de bestaande detailhandel. Maar op basis van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie mogen deze effecten bij de vestiging van winkels geen rol spelen. Dit zal doorklinken in de Nederlandse rechtspraak.

Tal van regelingen van Rijk, provincies en gemeenten nemen onverminderd als uitgangspunt dat nieuwe detailhandel niet ten koste mag gaan van de bestaande detailhandel. Winkels in het centrum worden vaak op die manier beschermd. In de praktijk gebruiken vooral bestaande winkeliers dergelijke argumenten om nieuwe vestigingen van concurrenten te weren.
Deze marktonderzoeken zijn volgens vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter, de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, nog steeds gerechtvaardigd. De afdeling benadert deze kwestie vanuit het oogpunt van consumentenbescherming. Er mogen door de komst van nieuwe winkels niet zoveel bestaande winkels sluiten dat inwoners niet meer op een acceptabele afstand hun inkopen kunnen doen. Volgens de raad spelen belangen van zittende concurrenten geen rol.
Nederland is het niet enige land waarin deze problematiek speelt. Op 24 maart 2011 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak gedaan in een zaak van de Europese Commissie tegen Spanje. Het Europese hof heeft een aantal nationale en regionale vestigingsregels in strijd met de vrijheid van vestiging geacht. Het betrof hier ook regels die als uitgangspunt hebben dat moet worden onderzocht of er voldoende marktruimte is voor de vestiging van nieuwe winkels. Ook het effect op de bestaande winkelstructuur moet worden onderzocht.

Spanje heeft zich verweerd door te stellen dat verplichte onderzoeken en de daaruit voortvloeiende beperkingen gerechtvaardigd zijn vanuit het oogpunt van consumentenbescherming. Het EU-hof heeft dat argument met de grond gelijk gemaakt. Rekening houden met de al aanwezige voorzieningen en het effect van nieuwe winkels op de bestaande structuur van het gebied hebben betrekking op de gevolgen voor de bestaande handel en de structuur van de markt, niet op consumentenbescherming.
Datzelfde geldt volgens het hof voor het laten opmaken van een rapport over de vestigingsdichtheid en het toepassen van maxima voor vestigingsdichtheid en het effect op de bestaande detailhandel. Dergelijke overwegingen worden door het hof als zuiver economisch beoordeeld. Zij vormen geen rechtvaardiging voor beperkingen in de vestiging van nieuwe winkels.

Het standpunt van het hof laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Onderzoeken naar beschikbare marktruimte en het effect van nieuwe winkels op de bestaande winkels zijn gebaseerd op zuiver economische overwegingen, niet op consumentenbescherming. De rechtspraak van de hoogste bestuursrechter zal daarop moeten worden aangepast. Discussies over marktonderzoeken, beschikbare marktruimte en de effecten van de komst van nieuwe winkels op de bestaande winkels behoren definitief tot het verleden.

dinsdag 5 april 2011

Duurzaam renoveren van bestaande kantoren levert gebruikers veel energiewinst op

4 april 2011 | Het Financieele Dagblad

Door: Verbeek, J.
 
Duurzaam renoveren van bestaande kantoren levert gebruikers veel energiewinst op

De drieduizend medewerkers van het hoofdkantoor van Deutsche Bank in Frankfurt zitten, na drie jaar elders te hebben gewerkt, weer in hun vertrouwde omgeving. Na een ingrijpende renovatie zijn de twee karakteristieke torens, 'Debet' en 'Credit' in de volksmond, opgeleverd en kunnen de bankiers weer achter hun bureau plaatsnemen.
Het resultaat van de verbouwing is van buiten eigenlijk niet goed te zien. De façade is vrijwel intact gebleven. Maar het interieur is grondig verbouwd. 'Uitgangspunt van de renovatie was dat we er een echt duurzaam gebouw van wilden maken', zegt Nils Noack van de bank.
De modernisering van het oude hoofdkantoor, dat in 1984 is gebouwd, is een geslaagd voorbeeld van een metamorfose van een gewoon kantoor tot een 'green building'. De verbouwing van Deutsche Bank werd uitvoerig besproken op een onlangs gehouden vastgoedcongres in Maastricht, 'Green Building Finance and Investments'. Op dat thema waren tweehonderd professionals samengekomen, afkomstig van vastgoedbedrijven, beleggingsfondsen en universiteiten.
Het hoofdkantoor van Deutsche Bank telt 100.000 m2 aan kantoren en voorzieningen. Deutsche Bank heeft nu een volledig 'groene' infrastructuur. Er wordt gebruikgemaakt van natuurlijke beluchting en de warmte die vrijkomt bij de koeling van de ruimtes wordt opnieuw gebruikt. Door deze en andere aanpassingen is er op 300 dagen van het jaar geen externe verwarming meer nodig. 'En alle ramen kunnen nog open ook', zegt Noack. 'Dat vinden de medewerkers belangrijk.'
De transformatie tot duurzame kantoortorens is nog maar net afgerond. Bij de renovatie vertolkte het installatiebedrijf Imtech een hoofdrol. Het Nederlandse bedrijf heeft het gebouw onder meer voorzien van energiezuinige verwarming, ventilatie en airconditioning, ICT-infrastructuur en intelligente verlichting.
De komende maanden moet blijken of het energieverbruik in Frankfurt inderdaad drastisch daalt. Volgens berekeningen vooraf daalt het watergebruik met ten minste 40%. 'In de nieuwe opzet huisvest het gebouw 20% meer werknemers, maar daalt het gemiddelde energieverbruik per werknemer naar verwachting met bijna 90%', stelt Noack met tevredenheid.
Over de hoogte van de investering wil de bank niets zeggen. Wel geeft zij een indicatie van de terugverdientijd: 'Bij ongewijzigde energieprijzen hebben we de investering er binnen twaalf tot vijftien jaar uit. De resterende tien jaar dat wij het gebouw zullen gebruiken, levert dus pure winst op.'
Vastgoedeigenaren en gebruikers zijn redelijk positief over de kansen om bestaande kantoren duurzaam te verbouwen, zo bleek op het congres in Maastricht. Zeker als de leegstand van kantoren een structureel karakter heeft, zoals in Nederland.
Maar ook vanuit de visie dat energiebronnen schaars zijn en dat een goede klimaatbeheersing energie bespaart, zijn maatregelen gewenst. Gebouwen zijn notoire energiegebruikers, zo blijkt uit diverse studies. Bijna 40% van de wereldwijde energiebehoefte wordt aangewend voor verlichting van bedrijfsgebouwen en kantoren, voor verwarming, ventilatie en het gebruik van liften. Door het installeren van smartmeters, energiezuinige verlichting en gebruik van zonnecollectoren kan de energierekening flink omlaag.
Investeren in duurzame renovatie loont, zegt Piet Eichholtz, professor aan de universiteit van Maastricht. Uit onderzoek van de Limburgse universiteit in de Verenigde Staten blijkt dat groene kantoorgebouwen gemakkelijker te verhuren zijn dan de meeste andere kantoren. Ze hebben gemiddeld een betere bezettingsgraad en kunnen een hogere huur vragen. De waarde van de panden ligt gemiddeld 16% boven die van andere gebouwen. De verschillen in huurprijs en waarde van het kantoorgebouw treden op, zonder dat er sprake is van een krachtig stimuleringsbeleid door de overheid.
Duurzaam renoveren wordt daarmee aantrekkelijk voor professionele vastgoedbeleggers. In die sector zijn al wat bewegingen zichtbaar. Zo gaan elf van 's werelds grootste pensioenbeleggers, goed voor $1400 mrd aan beleggingen, de duurzaamheid van vastgoedbeleggingen jaarlijks meten. Doel is onder meer de transparantie in de sector te vergroten en de CO2-uitstoot te beperken.
Probleem is alleen dat het opknappen van bestaande gebouwen en het beter afstellen van installaties een kostbare zaak is. Wie neemt deze investeringen op zich? Er is een aantal mogelijkheden.
Traditioneel nemen de leveranciers van energiebesparende apparatuur, zoals General Electric en Siemens, een deel van de investering voor hun rekening. Zij nemen de aanschafprijs deels op hun eigen balans. Het aantrekken van externe financiers voor duurzaam bouwen is wel mogelijk, maar verloopt in Europa nog moeizaam.
Ook de Nederlandse Rijksgebouwendienst voert een actief beleid van energiebesparing. De rijksinstelling is de grootste eindgebruiker van gebouwen in Nederland. Soms is de Rijksgebouwendienst de eigenaar, soms treedt zij op als huurder. Het gaat om in totaal tweeduizend panden.
Een van de 'groene' doelen is om het gemiddelde energiegebruik het komende decennium met 2% per jaar te verminderen, vertelt directeur Alex Vermeulen van de Rijksgebouwendienst. Hij ziet veel 'laaghangend fruit'. Vermeulen bepleit een scherpe controle op en afstelling van apparatuur voor verwarming en luchtbehandeling. Met betere regeling van klimaatinstallaties is makkelijk een energiewinst van 10% tot 30% per jaar te behalen.
Het te huren gebouw moet tegenwoordig ook een hoog energielabel hebben. De markt moet eventuele tekortkomingen zelf maar oplossen, stelt Vermeulen. Hij zegt dat er grote veranderingen op til zijn. Nogal wat panden uit de portfolio van de Rijksgebouwendienst voldoen niet aan de toekomstige milieu-eisen. Zijn dienst zal daarom de komende jaren van veel panden afscheid nemen.

Groen bouwen

Kanttekening
Een terugkerend probleem bij de financiering van energiebesparende maatregelen is de zogeheten split incentive. De eigenaar van een kantoorpand dat wordt opgeknapt, neemt een groot deel van de investeringen voor zijn rekening. Maar de zittende huurder profiteert in de praktijk het meest van die maatregelen. De verrekening van het voordeel is een lastig traject.

donderdag 31 maart 2011

Vrijstelling Overdrachtsbelasting Pleidooi Bouwend NL & Neprom

Vrijstelling van overdrachtsbelasting

31 maart 2011 | Het Financieele Dagblad
 
Door: Bodewes, W.;Brinkman E.
 
Click here to find out more!
De toch al strenge hypotheekregels worden nu nog verder aangescherpt. Noodgedwongen blijven goed opgeleide starters daardoor in een huurwoning zitten. Eigenlijk verdienen ze daarvoor ondertussen al te veel, zodat degene die qua inkomen echt op deze woning is aangewezen, ook niet aan de bak komt. Tegelijkertijd blijven vele aantrekkelijke woningen onverkocht.

Dat kan anders, dat moet anders. Hoe lossen we dit budgetneutraal en snel op? Dat kan heel eenvoudig. De overheid verlaagt de hypotheeklasten voor starters met een tijdelijke vrijstelling van overdrachtsbelasting. Die stimulans zorgt voor veel meer verhuizingen, waarmee het Rijk in één beweging de inkomsten voor de staatskas vergroot. Vasthouden aan de blokkades voor scheefwoners en andere potentiële kopers levert steeds minder op: de laatste jaren zijn de overheidsinkomsten uit overdrachtsbelasting al gehalveerd omdat de woningmarkt op slot zit.

Vrijstelling voor toetreders is de sleutel. Starters kopen een bestaande woning en de vertrekkende eigenaren daarvan dragen uiteraard wel overdrachtsbelasting af bij de aankoop van hun volgende woning, en zo verder en zo verder. Gemiddeld brengt één verhuisbeweging namelijk minimaal drie andere verhuisbeweging op gang, zo is herhaaldelijk gebleken. En de sociale huurwoning waaruit de starter vertrekt, komt ten goede aan degene voor wie deze bedoeld is. Ook kan de corporatie dan weer investeren in haar woningvoorraad.

De voordelen zijn overduidelijk. Voor starters komt eindelijk een eigen huis binnen bereik. Eigenaren verkopen eindelijk hun huis en kunnen verder. Woningzoekenden op de huurmarkt zien de wachtlijsten sneller oplossen. Door verkoop en betere huurprijzen krijgen corporaties meer middelen voor hun kerntaken. Met deze eenvoudige fiscale prikkel brengt de overheid een grote doorstroom op gang. Sociaal zeer gewenst en goed voor de staatskas.

Nu het vertrouwen terugkeert bij de consument heeft het kabinet een uitgelezen kans om de Nederlandse economie met een simpele, efficiënte ingreep te stimuleren.

Elco Brinkman is voorzitter Bouwend Nederland en Wienke Bodewes is voorzitter Neprom.

donderdag 10 maart 2011

Periodieke keuring houdt bouwvakker uit ziektewet (....)

Met veel belangstelling artikel gelezen in het FD van 10 maart. De kop boven het artikel suggereert dat de PAGO de bouwvakker uit de ziektewet houdt. Daar behoort wel een zekere nuancering bij. De eerste 24 maanden van ziekteverlof zijn per definitie voor rekening van de werkgever. Pas daarna kan er wellicht sprake zijn van een uitkering aan de werknemer vanuit de ziektewet. U stelt in het artikel dat een PAGO preventief werkt, dat is maar ten dele waar. Uiteraard levert frequent keuren van de medewerkers een goed beeld op van de gezondheid en de vitaliteit van de werknemers. Vooral als er per twee jaar gekeurd wordt. Bij onze organisatie is er een opkomst van bijna 98% bij de PAGO. Maar daar mee zijn wij er niet. De bouwbranche heeft namelijk te maken met een sterke veroudering van het bouwplaatspersoneel. De instroom van nieuw personeel stokt. De bouw is tenslotte niet zo aantrekkelijk meer voor jonge mensen. Het gevolg is dat de uitval, door allerlei gezondheidsklachten, bij de oudere bouwvakkers aanzienlijk stijgt, met name door klachten aan het bewegingsapparaat, zoals schouders, knieën, rug etc.

Veel werkgevers in de bouw, zoals wij, gaan veel verder dan alleen een PAGO. De enorme kosten die gemoeid zijn met verzuim dwingt ons tot andere oplossingen en probleemaanpak. Met die zelfde Arbo Unie uit uw artikel, zijn wij al jaren bezig om voor onze medewerkers, op vrijwillige basis, lifestyle programma’s te ontwikkelen waarin voortdurend bewaakt wordt hoe medewerkers verantwoord en gezond kunnen leven en daardoor ook hun werkzaamheden gezond en met maximale inzet kunnen uitvoeren met het doel hun pensioenleeftijd gezond te kunnen behalen. Daarnaast wordt er voortdurend aangewerkt om de werkplek van de bouwvakkers dusdanig in te richten dat de te verrichten werkzaamheden met zo min mogelijke fysieke inspanning verricht kunnen worden. Bijvoorbeeld door veel onderdelen te prefabriceren, wind en regen zoveel mogelijk buiten te houden, verstrekking van juiste werkkleding etc.

Ons is gebleken dat actief gezondheidsmanagement een goed beeld oplevert van de werknemer en dat ook veel (niet alle) werknemers, bij (aankomende) problemen, de adviezen ter harte nemen om hun levensstijl aan te passen en zodoende goede kans maken om gezond hun pensioen te halen. In die zin zien wij wel een trendbreuk. Enige jaren geleden was het vooral de werkgever die alle problemen moest oplossen, thans zien wij ook dat de werknemers actief willen bijdragen/meewerken om hun eigen gezondheid te bewaren. In die zin is de PAGO wel een begin, maar zeker niet de oplossing om werknemers gezond te houden. Daar is veel meer voor nodig dan een simpele, passieve, keuring. Pro-activiteit is het sleutelwoord!

Daan van der Vorm

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

10 maart 2011 | Het Financieele Dagblad

Door: Cats, R.

Bouwvakkers kunnen zich elke vier jaar vrijwillig onderwerpen aan een medische keuring en een werkvermogenstoets. Dit moet de hoge uitval beperken.


Ria Cats

Den Bosch

'Wat verloren is, raak je nooit meer kwijt. Je gehoor wordt nooit meer wat het was', zegt bedrijfsarts Daan Heynsdijk vanachter zijn bureau bij de Arbo Unie in Den Bosch. Voor hem zit timmerman Peter Heesakkers (56). Heesakkers werkt al veertig jaar in de bouw, waarvan de laatste 27 jaar bij bouwer Heijmans. Hij is trots op zijn vak en toont dat: zijn vrouw heeft speciaal voor hem een fijn gouden kettinkje met een hamertje eraan laten maken, toen Heesakkers 25 jaar in dienst was bij Heijmans.

Nog elke dag gaat Heesakkers fluitend naar zijn werk, vertelt hij de bedrijfsarts. Jazeker, hij houdt zijn werk nog wel even vol. Alleen vindt hij het jammer dat hij niet zo goed meer kan horen. De gehoortest die hij zojuist heeft gehad, toont dat ook aan. 'Lawaaidoofheid', luidt de diagnose. Dat verklaart waarom Heesakkers er tegenwoordig op recepties voor spek en bonen bij zit: als er veel omgevingsrumoer is, kan hij de gesprekken niet meer volgen.

Bedrijfsarts Heynsdijk kan de timmerman geen troost bieden. 'We kunnen alleen nog zorgen dat uw gehoor niet verder beschadigt. U moet voortaan altijd gehoorbescherming dragen.' Volgens Heynsdijk kampt menig bouwvakker die al in de jaren zestig en zeventig op een bouwplaats werkte, met gehoorproblemen én met slijtage aan rug, knieën, schouders en ellebogen. In die dagen was er nog weinig aandacht voor veilig werken. 'Tegenwoordig hebben alle grote bouwbedrijven, waar onder Heijmans, wel beschermingsmaatregelen getroffen. Maar vooral bij de kleine onderaannemers zie je nog wel dat er bijvoorbeeld niet met valschermen op steigers wordt gewerkt. De veiligheid in de bouw blijft écht een aandachtspunt.'

Dat neemt niet weg dat er ook al veel is gebeurd in de sector. Mede vanwege het structureel hoge ziekteverzuim en de uitvalcijfers hebben werkgeversorganisatie Bouwend Nederland en de bouwbonden een systeem bedacht waardoor meer bouwvakkers fris en fruitig hun pensioen kunnen halen. In de cao hebben zij afgesproken dat werknemers in de bouw - tot hun veertigste - iedere vier jaar vrijwillig en gratis een medische keuring en een werkvermogenstoets kunnen laten afnemen. Na hun veertigste is dit voor bouwvakkers zelfs iedere twee jaar mogelijk. Het kantoorpersoneel mag zich vanaf hun 52ste jaar ook elke twee jaar laten keuren.

Peter Heesakkers komt zich trouw iedere twee jaar melden. Hij vindt het belangrijk om te weten hoe het er met zijn gezondheid voorstaat. Bovendien heeft zijn werkgever een brief rondgestuurd, waarin staat 'dat ze graag zouden zien dat ik naar deze keuring ga', zegt Heesakkers. 'Ze betalen me nu ook gewoon door.'

De Brabantse timmerman heeft een hartfilmpje laten maken, zijn lengte, gewicht en bloeddruk zijn gemeten en hij heeft een bloedtest, een gehoortest, een ogentest en een longfunctieonderzoek ondergaan. Dit alles maakt deel uit van het periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek. Daarnaast heeft Heesakkers in het kader van de werkvermogenstoets een vragenlijst ingevuld, waarin hij onder meer moest aangeven of hij zich na werktijd kan ontspannen, of hij de toekomst somber inziet en of zijn baas voldoende oog heeft voor veiligheidsaspecten. Nadien krijgt hij tips en adviezen.

Jaarlijks nemen bijna 40.000 werknemers in de sector deel aan dergelijke keuringen. Dit kost volgens de directeur sociale zaken en ledenservice Joba van den Berg van Bouwend Nederland euro 9,5 mln per jaar. Daarvan nemen de werkgevers via de premies aan het opleidings- en ontwikkelingsfonds het grootste deel voor hun rekening. Hoewel de bouw momenteel in een diepe crisis verkeert en er flink wordt gekeken naar mogelijke bezuinigingen, staan de keuringen niet ter discussie. Van den Berg: 'Dit werkt! Onze mensen vallen minder vaak ziek uit. Ons verzuimpercentage ligt rond de 5%, terwijl dat in de industrie op 5,4% zit.'

Bouwend Nederland wil wel bevorderen dat meer bouwvakkers zich vrijwillig laten keuren. Het percentage deelnemers ligt nu op 53%. 'We weten dat bijna twee derde van de bouwvakkers met overgewicht kampt. Als zij naar de keuring komen, kunnen bedrijfsartsen indringend met hen spreken. Samen kunnen ze dan tot een plan van aanpak komen.'

Van den Berg meent, net als voorzitter John Kerstens van FNV Bouw, dat de bouw wat betreft gezondheidsbeleid vooroploopt. Ook omdat bouwvakkers, naast de keuringen, ook iedere vijf jaar een loopbaantest mogen doen. Als die uitwijst dat de bouwvakker geestelijk of lichamelijk niet in staat is zijn werk te doen, kan hij op kosten van de sector worden omgeschoold tot ander werk binnen én buiten de bouw. Vanaf 2006 hebben al ruim 10.000 bouwvakkers aan een zo'n traject meegedaan.

Volgens Kerstens zou het verstandig zijn als andere sectoren het voorbeeld van de bouw volgen, nu straks alle Nederlanders door de verhoging van de pensioenleeftijd langer moeten werken. 'Er wordt geopperd werknemers een individuele spaarpot te geven voor tijdige om- of bijscholing. Maar dan gebeurt er niets en koopt iedereen plasma-tv's. Ik denk dat ons systeem wel werkt, vooral als ook andere branches gaan betalen voor omscholing buiten de sector.'

Timmerman Heesakkers moet nog zien of hij zijn werk tot zijn pensioen volhoudt. Als de bedrijfsarts hem aanraadt zijn rug minder te belasten, verzucht hij: 'Kunt u dat dan opschrijven? Want ik wil mij nu niet drukken voor mijn collega's en mijn uitvoerder wil toch door. Als het op papier staat, luisteren ze misschien een beetje meer.'

'We kunnen alleen nog zorgen dat uw gehoor niet verder beschadigd raakt'

woensdag 9 maart 2011

'Gevaarlijk spel VS met schuldenlimiet'


Economen geloven dat Amerikanen schuldenplafond wel moeten verhogen om catastrofe te voorkomen

9 maart 2011 | Het Financieele Dagblad

Economen geloven dat Amerikanen schuldenplafond wel moeten verhogen om catastrofe te voorkomen

De datum dat het Amerikaanse schuldenplafond moet worden verhoogd nadert met rasse schreden. Als er tussen 15 april en mei geen overeenstemming tussen de Republikeinen en de Democraten wordt bereikt, betekent dit dat de Amerikaanse overheid geen nieuwe schulden mag uitgeven.

'Als de partijen het niet eens worden, zou dit tot nervositeit of een schokgolf in de markt kunnen leiden', zegt Teunis Brosens, VS-econoom van ING. 'Het is nu ondenkbaar dat de VS hun schulden niet kunnen aflossen. In zo'n situatie wordt het ineens iets minder ondenkbaar. Het is goed mogelijk dat de rente op Amerikaanse obligaties dan gaat oplopen.'

Minister van financiën Timothy Geithner heeft het Congres al begin januari gevraagd om het plafond voor de nationale staatsschuld te verhogen. De schuldenlimiet bedraagt nu $ 14.300 mrd, ofwel $ 45.000 per Amerikaan. Dit is iets minder dan het bruto binnenlands product (bbp) over 2010 van $ 14.658 mrd.

Mocht het schuldenplafond niet worden verhoogd, dan betekent dat nog niet dat de VS onmiddellijk zonder geld zitten, legt Brosens uit. 'De VS hebben nog altijd voldoende belastinginkomsten om de renteverplichtingen af te lossen. Bestaande schulden kunnen worden doorgerold. Er zijn nog enkele potjes waar het ministerie van financiën geld uit kan halen, maar daarna houdt het op.'

Als de schuldenlimiet niet kan worden opgerekt, betekent dit in feite dat de VS geen begrotingstekort meer mogen hebben. Dinsdag werd bekend dat alleen al in februari het tekort van de overheid $ 223 mrd bedroeg, een record.

'Als de VS geen geld meer kunnen lenen, zouden overheidsdiensten stil komen te liggen', aldus Peter de Bruin, VS-econoom van ABN Amro. 'Met name de Republikeinen hebben het als onderhandelingsmechanisme ingezet. Er wordt een gevaarlijk spel gespeeld, maar ik ga ervan uit dat het gezonde verstand overwint.'

De ABN Amro-econoom vindt het zo onwaarschijnlijk dat het schuldenplafond niet wordt verhoogd dat hij niet durft na te gaan wat de eventuele gevolgen voor de financiële markten zullen zijn. 'De schade zal zowel politiek als financieel groot zijn. Het vertrouwen wordt aangetast en beleggers zullen zenuwachtig worden.'

Een hoger schuldenplafond of niet, een stijgende rente is wel het laatste waar de VS op zitten te wachten. Met de huidige schuldenlast wordt de afbetaling van de rentelasten al lastig genoeg. Het onderwerp wordt een steeds heter hangijzer in de Amerikaanse media. Dinsdag noemde columnist Gerald F. Seib van The Wall Street Journal de rentelast op de staatsschuld 'een kanker voor de economie'. Alleen al dit jaar moeten de VS $ 200 mrd aan rentelasten betalen en dit stijgt naar $ 928 mrd in 2021. Deze berekening is gemaakt bij de huidige lage rentestand. Mocht de rente oplopen, dan kan de situatie 'catastrofaal' worden, waarschuwde de Republikeinse senator Tom Coburn, lid van het nationale schuldencomité. 'De kansen dat we in een neerwaartse spiraal terechtkomen is groot, niet klein', aldus de senator.

Doordat een groot deel van Amerikaanse staatsobligaties in handen is van sterk groeiende economieën als China, stroomt het geld direct uit de Amerikaanse economie. Volgens de National Academy of Sciences zouden de VS in 2030 7,5% van hun bbp moeten uitgeven aan het afbetalen van de rente. Dit komt neer op een bedrag van $ 2500 mrd per jaar.

Snijden in de uitgaven is het devies, want de rekensom is simpel. Grote tekorten leiden tot meer schuld en meer schulden tot grotere rentelasten. 'Kortom, een piramidespel', concludeert columnist Seib van The Wall Street Journal.

Actuele beursverslagen op

www.fd.nl/beurzen

'Het is nu ondenkbaar dat de VS hun schulden niet kunnen aflossen. In zo'n situatie wordt het ineens iets minder ondenkbaar. Het is goed mogelijk dat de rente op Amerikaanse obligaties dan gaat oplopen' Foto: Reuters


Copyright (c) 2011 Het Financieele Dagblad