Posts tonen met het label Schultz. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Schultz. Alle posts tonen

dinsdag 28 juni 2011

Minister Schultz wil stofkam door de regels halen!

Den Haag.

NRC | Arjen Schreuder | 28 juni 2011

Minister wil procedures voor bouw en milieu vereenvoudigen

„Heeft u wel eens geprobeerd iets te bouwen”, vraagt minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD). Bouwen is lastig in Nederland, door het grote aantal wetten en regels. „Ik heb thuis een tuinhuis van de buurman gekocht. Dat hoorde oorspronkelijk bij mijn eigen huis en ik wilde het er weer bij trekken. Twee jaar ben ik daarmee bezig geweest. Ik moest allerlei bezonningsschema’s laten maken.”

Hoe erg is het volgens u?

„De Wet milieubeheer kent 236 regeling en is sinds de inwerkingtreding [in 1993, red.] meer dan honderd keer gewijzigd. En er lopen nog twintig wijzigingsvoorstellen. Veel regels zijn ooit met goede bedoelingen tot stand gekomen, maar inmiddels zijn het er zó veel, dat je door de bomen het bos niet meer ziet.”

De regels zijn moeilijk te begrijpen?

„De regels zijn complex en onoverzichtelijk. In Nederland wordt iedere burger geacht de wet te kennen. In het omgevingsrecht is dat bijna niet meer mogelijk. Zelfs de beste omgevingsjuristen hebben er moeite mee. Ze zien dat twee wetten tegenstrijdige belangen beschermen en weten vervolgens ook niet welke wet voorrang heeft. We gaan de stofkam er doorheen halen.” De minister zoekt in haar papieren naar een voorbeeld en leest dan voor. „Almere bouwt een nieuw stadsdeel Almere Poort, maar tijdens de bouw heeft zich daar de zwaar beschermde bever gevestigd. Die mag niet verstoord worden. De gemeente loopt het risico van een bouwstop.”

Hoe moet dat worden opgelost?

„Daar moeten we nog over nadenken. Maar ik zou zeggen: laten we uitgaan van de omstandigheden op het moment van goedkeuring van het plan, toen er geen bever zat.”

U verwacht een groot draagvlak voor dit plan, schrijft u aan de Kamer.

„Iedereen heeft hier baat bij. Of je nou wilt bouwen of natuur wilt maken. Deze operatie is geen rechtse hobby. Dit wordt breed politiek gedragen. Ik merk het ook aan de reacties van gedeputeerden van verschillende signatuur. Die denken er net zo over als ik.”

En de milieuclubs?

„Ook als je in de natuur iets voor elkaar wilt krijgen, is het lastig door al die rigide regels.” Leest weer in haar papieren. „Een gekanaliseerde Brabantse beek, de Beerze, wordt in haar oorspronkelijke staat hersteld. Maar sinds de kanalisering komt ook de drijvende weegbree voor. Het vanuit natuurlijk oogpunt gewenste beekherstel botst met de instandhoudingsdoelen voor een soort die nota bene oorspronkelijk niet in de beek voorkwam.” Ze glimlacht.

Dus iedereen is ervoor?

„Hier heb je ook in het dagelijks leven wat aan. Misschien zijn de enige mensen die bezwaar maken, de mensen die van al die regels die we afschaffen hun beroep hebben gemaakt.”

Er wordt heel veel onderzoek gedaan?

„Ik denk dat we veel geld kunnen besparen. Alleen al op de plankosten is dat 10 procent. Dat kan oplopen tot 600 miljoen euro per jaar. Daar komen nog veel meer besparingen bij.”

U wilt meer ruimte voor ‘bestuurlijke afweging’. Hoezo?

„Bij de aanleg voor de Tweede Maasvlakte werd een milieueffectrapport geschreven van 6.000 pagina’s.” Ze spreidt haar armen breed uit. „Vervolgens zei de gemeenteraad van Rotterdam: dat is zo’n dik rapport, het zal wel kloppen. Er werd helemaal niet meer over gesproken! Bestuurders moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Er zijn genoeg voorbeelden van bestuurders die zich achter procedures verschuilen.”

Meer ruimte voor bestuurlijke afweging, ook regionaal. Betekent dat geen rechtsongelijkheid? Dat je in Winterswijk wel iets mag bouwen en in Groningen niet? Dat je hier wel een geluidswal krijgt, maar daar niet?

„Nee, want daar zijn nationale regels voor. Er zijn wettelijke regels voor geluidhinder en daar moet iedereen zich aan houden.”

Dus je moet echt rekening houden met het milieu?

„Er wordt weleens gezegd dat ik in mijn schoonmaakwoede dit soort maatregelen neem om niets meer te hoeven beschermen. Dat is niet zo. We beschermen veel. Het gaat alleen eenvoudiger. En beter. Zodat bijvoorbeeld ook duurzaamheidsprojecten sneller worden uitgevoerd. Ik wil oplossingsgericht werken. Wat ik niet wil, is dat als je de snelweg A15 wilt doortrekken, dat iemand dan zegt dat kan niet, want daar is ook een Natura 2000-gebied. Nee, laten we dan kijken hoe we die weg kunnen aanleggen en tegelijkertijd de natuur beschermen.”

U wilt ook niet meer doen dan Europa verplicht stelt. Doen we dat zo vaak?

„Ik herinner me de discussie over de Europese kaderrichtlijn water. We konden aanvankelijk niet aan de normen voldoen, omdat we een heleboel kleine gebiedjes hadden aangewezen in plaats van veel grotere gebieden.” Ze tekent een cirkel met een dikke punt als vervuiling daarin. „Als ergens in een klein gebied een norm wordt overschreden, is het moeilijk dat te compenseren. In een groter gebied is dat gemakkelijker. Die discussie hebben we ook over de luchtkwaliteit gehad. We hebben een nationaal programma luchtkwaliteit gemaakt en grotere plangebieden aanwezen. Zodat dat ene punt waar de norm wordt overschreden geen hindernis hoeft te worden.”

Maar als je nu net naast dat ene minder schone punt woont?

Ze trekt met haar arm een denkbeeldige streep die daalt. „De lucht is de afgelopen jaren alleen maar schoner geworden.”

Wat is het ideaal?

„Minder regels. Tijdwinst. Besparing van kosten. Meer eigen verantwoordelijkheid van bestuurders. Niet uitgaan van wat niet kan, maar van wat wel kan. Dat is het leuke hiervan.”

De regels voor het bouwen in Nederland worden eenvoudiger. Dat schrijft minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD) vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. De minister wil één nieuwe Omgevingswet waarin alle regels voor de omgeving worden gebundeld. Nu zijn deze regels verspreid over meer dan zestig wetten, honderd AMVB’s (Algemene Maatregel van Bestuur) en honderden ministeriële regelingen. De versobering levert een besparing op van minimaal 600 miljoen euro per jaar. Ook hoopt het kabinet met dit plan veel tijd tijdens bouwprocedures te besparen, vooral door in het begin van de plannen de inspraak te organiseren en minder vaak min of meer gelijke onderzoeken naar alternatieven te laten uitvoeren. Maatregelen die uitgaan boven Europese milieunormen worden ingetrokken.

Voorbeelden

Knellende regels - Voor de nieuwbouw van het treinstation Utrecht Centraal moesten de winkels tijdelijk worden uitgeplaatst. Maar deze tijdelijke uitplaatsing is in strijd met het bestemmingplan. Om deze uitplaatsing toch te kunnen doen, is een tijdelijke vrijstelling met een uitgebreide procedure nodig. Die procedure wil het kabinet van 26 weken terugbrengen naar 8 weken.

Tegenstrijdige wetgeving - De aanleg van een fietspad – mogelijk geworden door kustverbreding – in het duingebied tussen Kijkduin en Hoek van Holland wordt belemmerd door de natuurbeschermingswet. Want het verstuiven van zand – mogelijk geworden door dezelfde kustverbreding – is een doel van het natuurbeleid. Het fietspad kan dit verstuiven belemmeren.

Rigide wetten - De gemeente Eindhoven is bezig een groot voormalig fabrieksterrein van Philips om te bouwen tot gebied voor wonen, werken, voorzieningen en cultuur. Er mocht aanvankelijk slechts vijf jaar worden afgeweken van het bestemmingsplan dat voorzag in grote industrie. Dat is nu vijftien jaar geworden. „Nu is het voor ondernemers eerder rendabel te investeren in de exploitatie van een monumentaal pand en nu is duurzame ontwikkeling beter mogelijk”, aldus het ministerie.

Knellende regels - De waterschappen verplichten tot baggeren van sloten ten oosten van de Reeuwijkse Plassen. Maar daarbij mag volgens de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet geen verstoring optreden van broedende vogels, beschermde vissoorten (tijdens winter en de paaiperiode) en van overwinterende beschermde vogels. Daardoor kan er alleen nog maar in de maand september worden gebaggerd.

maandag 27 juni 2011

Zuid-Holland legt bouwen aan banden !!

Algemeen |  CoBouw |  Martjan Kuit  |  DEN HAAG -

Het beleid voor nieuwe woningen, kantoren en bedrijfslocaties in Zuid-Holland gaat flink op de schop. Grote bouwprojecten worden voortaan alleen in uitzonderlijke gevallen toegestaan.

Dat heeft gedeputeerde Liesbeth Spies van Ruimtelijke Ontwikkeling en Economische Zaken bekendgemaakt. Projecten die al in de Provinciale Structuurvisie zijn opgenomen, worden waarschijnlijk niet geschrapt, maar de kans dat nieuwe plannen groen licht krijgen, is erg klein. “Verzoeken voor nieuwe bedrijfsterreinen, kantoorruimte en woninglocaties zullen alleen nog bij uitzondering worden gehonoreerd.”

De gedeputeerde signaleert dat in de provincie veel bedrijventerreinen en kantoren niet worden gebruikt. “Ik wil ervoor waken dat we straks bouwen voor leegstand.” Het buitengebied is en blijft verboden terrein voor projectontwikkelaars. “De Provinciale Ruimtelijke Verordening staat vrijwel geen nieuwe bebouwing toe in het open landschap.” En dat blijft zo. De provincie gaat zich wel soepeler opstellen tegenover nieuwe, kleinschalige bebouwing of herbebouwing in het buitengebied. De bescherming daarvan is nu te knellend, vindt Spies. “Dat zit de leefbaarheid soms in de weg”, verklaart zij. De provincie gaat bij de woningprogrammering meer op typen en minder op aantallen woningen sturen.

Spies neemt hiermee een voorschot op de decentralisatie die minister Schultz gaat doorvoeren. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en bedrijventerreinen laat het Rijk voortaan over aan provincies en de gemeenten. “De precieze uitwerking hiervan voor de provincie Zuid-Holland kan ik op dit moment nog niet met schaartje uitknippen”, geeft de gedeputeerde toe. “Wat ik wel weet is dat we ons volumebeleid grondig moeten herijken.”

Hoe de maatregelen in de praktijk uitpakken is nog onbekend. Dat wordt de komende maanden duidelijk, wanneer de nieuwe Structuurvisie wordt vastgesteld.

De gemeenten hebben volgens de gedeputeerde “begripvol” gereageerd op de plannen. “Maar ik voorzie dat gemeenten, eenmaal geconfronteerd met een nee, nog pittige discussies met de provincie zullen willen voeren.”

dinsdag 14 juni 2011

Nationale Ruimtelijke Regimes 'Ik geloof niet dat het één grijze plaat wordt'

Interview Melanie Schultz, minister van infrastructuur en milieu, schrapt regels ruimtelijke ordening
VAN ONZE VERSLAGGEVERS DOUWE DOUWES, RON MEERHOF
DEN HAAG

Volkskrant 14-06-2011
 
De minister wil gemeenten zelf laten bepalen waar een bedrijfsterrein komt. 'Ik heb niks tegen België.'

Achter het imposante bureau waarachter van oudsher de minister van Verkeer en Waterstaat zat, hangen van oudsher drie kaarten, met daarop de belangrijkste spoor-, vaar- en snelwegen van Nederland. Sinds kort is op de kamer van Melanie Schultz een nieuwe kaart neergezet. Een beetje verdekt opgesteld staat op een statief een kaart met de belangrijkste infrastructuur- en gebiedsontwikkelingen. Want in het nieuwe kabinet gaat de minister van Verkeer óók over ruimtelijke ordening.
Het is een minder mediageniek dan de proef met 130 kilometer per uur die ze op vier snelwegen begon. Maar wee degene die denkt dat ruimte een ondergeschoven kindje op 'Infrastructuur en Milieu' is. Ruimtelijke ontwikkeling is cruciaal voor economische ontwikkeling in Nederland, maakt Schultz duidelijk. 'Maar dan moet het roer wel om.'
'Ik heb een pand in Leiden waar ik een paar jaar geleden een achterhuis van de buren bij heb gekocht', vertelt Schultz. 'Dat hoorde tot 1920 bij ons huis. Nadat ik het had kunnen terugkopen, heb ik er twee jaar over gedaan om de vergunning te krijgen. Voor het herstel van de oorspronkelijke situatie!'
Nog een voorbeeld uit eigen ervaring. 'In Leiden heb je de Oostvlietpolder. Daar wilde de gemeente een nieuw bedrijfsterrein maken, ik was wethouder. Het was een 'rijksbufferzone'. Toenmalig minister Pronk kwam op bezoek, behalve om die halve kilometer te bekijken, ook om te zien of het niet te dicht bij volkstuintjes lag. De verbazing die ik toen had, die heb ik nog steeds. Daar is wel een zaadje geplant. Je moet weten: die polder is een weiland ingesloten door een paar wegen.'
Het kabinet wil dat gemeenten en provincies voortaan zelf besluiten of op zo'n plaats een industrieterrein mag komen. Het opruimen van 26 'nationale regelingen', die gebieden onder meer tegen verrommeling moeten beschermen, moet de lagere overheden meer vrijheid geven. 'Als je al die regelingen op de kaart van Nederland legt, houd je geen wit plekje meer over. Elk gebied valt wel onder een of andere status. In de vorige nota Ruimte zat het principe 'decentraal, tenzij'. Als je kijkt hoe dat heeft uitgewerkt, dan ligt toch nog van alles vast op nationaal niveau. We gaan nu heel specifiek benoemen: wat is nou echt van nationaal en internationaal belang, waarvoor wij als Rijk verantwoordelijkheid willen dragen? En de rest laten we los.'
Maar elke gemeente wil toch zijn eigen industrieterreintje? Daar is het meest aan te verdienen.
'Ik was pas in Eindhoven. Daar zetten ze nu hele platanenrijen neer - juist omdat ze een grotere economische aantrekkingskracht willen hebben. Ze willen een interessante internationale vestigingsplaats zijn. Die lokale overheid kiest dus voor vergroening. De gedachte is altijd dat als je dit aan de gemeentes overlaat, het één grote grijze plaat wordt. Dat geloof ik niet. Zij hechten ook aan groen, aan ruimte, aan recreatiemogelijkheden.'
Meer vrijheid, minder regels. Moeten we meer België worden? Niet veel mensen zien dat als een geweldig voorbeeld als het om ruimtelijke ordening gaat.
'Haha! Volgens mij is dat een typisch Nederlandse opmerking: wij houden van dat geordende en gestructureerde, voorgeplande. Kijk naar Almere en het particulier opdrachtgeverschap. Ik ben in die wijken geweest. Als je ziet wat voor een flow daarin zit, hoe mensen met lage én hoge inkomens hun eigen woningen kunnen creëren. Vinden we al die uniforme rijtjes die we met elkaar hebben gemaakt nou echt mooier dan wat daar plaatsvindt? Dus nee: ik heb niks tegen België.'
Het klinkt alsof welstandscommissies zich ook zorgen moeten maken.
'Volkshuisvesting valt formeel onder minister Donner van Binnenlandse Zaken. Als je mijn mening vraagt: ik denk dat ze in het verleden heel veel hebben tegengehouden. Het was afhankelijk van de samenstelling van de welstandscommissie wat je wel en niet mocht. Daar zaten geen duidelijke spelregels aan. Het is volgens mij veel beter dat een gemeente een stedebouwkundig beleid heeft, dan zo'n commissie die bepaalt of het past bij wat zij op dat moment een goede welstand vinden.'
'Lastig niet. Al zou het wel heel mooi zijn om ruimtelijke vraagstukken als natuur en wonen in één ministerie te hebben. Er zullen nog wel meer fusies komen. Dan lijkt het me logisch al die verwante terreinen bij elkaar te voegen.'
Vijf voorbeelden van 'Nationale Ruimtelijke Regimes' die niet langer op rijksniveau worden geregeld:
Behoud, beheer en versterking van de landschappelijke, cultuurhistorische en recreatieve kwaliteiten van de nationale landschappen
Vrijwaring van rijksbufferzones van verdere verstedelijking en versterking van de (dag) recreatieve functie van de rijksbufferzones
Integrale afweging met betrekking tot de verstedelijkingsopgave van de Bloemendalerpolder met tenminste tweederde deel duurzaam groen en een recreatief aantrekkelijke invulling
Behoud Panorama's vanaf Infrastructuur ('Snelwegpanorama's')
Integrale afweging met betrekking tot de verstedelijkingsopgave Valkenburg met adequate ontsluiting en een ruime groene bufferzone